verklarendewoordenlijst
Aangifte. Persoonlijke melding op het politiebureau van een gepleegd strafbaar feit. Ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte te doen. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Aanhouding. De feitelijke vasthouding van een verdachte nadat deze op heterdaad is betrapt. Leidt tot voorleiding en mogelijk tot inverzekeringstelling. Na te zijn aangehouden kan de verdachte zes uur op het politiebureau worden vastgehouden, niet meegerekend de tijd tussen 12 uur 's nachts en 9 uur 's morgens. Deze tijd voor het verhoor kan eenmaal met zes uur worden verlengd. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Aanschrijving. Schriftelijk bevel van burgemeester en wethouders om voorzieningen te treffen. (Algra en Gokkel)
Absolute bevoegdheid. De bevoegdheid van de rechterlijke macht om over een bepaalde zaak te oordelen. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Absolute leer van het huisrecht. Leer dat het huisrecht toekomt aan de feitelijke bewoner van een pand, ongeacht of deze zelf door dit pand te gaan bewonen zelf een inbreuk heeft gemaakt op het huisrecht van een ander.
Advocaat. Raadsman in juridische aangelegenheden. Mag in heel Nederland pleiten en is vaak tevens procureur. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Advocaat-generaal. Vertegenwoordiger van het openbaar ministerie bij de Hoge Raad en de gerechtshoven. Hij is ondergeschikt aan de procureur-generaal. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
APV. Algemene Plaatselijke Verordening (Ook wel Algemene Politieverordening genoemd).
Arrest. Elk der uitspraken van de gerechtshoven en de Hoge Raad. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Arrondissementsrechtbank. Ook: rechtbank. Het gerecht binnen een arrondissement. Een arrondissementsrechtbank is een rechtscollege dat in eerste aanleg de burgerlijke en bestuursrechtelijke rechtspraak uitoefent voorzover deze niet aan een ander rechtscollege is opgedragen. In strafzaken zijn de deze rechtbanken in eerste aanleg bevoegd ten aanzien van bepaalde ernstige misdrijven, die niet in eerste aanleg door de kantonrechter worden behandeld. Verder zijn de rechtbanken de appèlrechters van de kantonrechter. De arrondissementsrechtbank is samengesteld uit een president, vice-president(en) en rechters. De rechtbank vonnist meestal in kamers van drie leden. Voor eenvoudige zaken zijn er politierechters en enkelvoudige kamers van burgerlijke zaken, en voor kinderzaken zijn er kinderrechters. Elke arrondissementsrechtbank heeft een griffier en meestal ook substituut-griffiers. Tegen een uitspraak van de arrondissementsrechtbank is hoger beroep mogelijk bij het Gerechtshof. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
AWB. Algemene Wet Bestuursrecht.
AWBi. Algemene Wet op het Binnentreden.
Beginselen van behoorlijk bestuur. Beginselen waaraan de overheid zich volgens de rechtsleer en rechtspraak bij de uitoefening van haar taak moet houden. (Prisma van het recht)
Belanghebbende. Degene die door een overheidsbeschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen en als zodanig het recht heeft daartegen een voorziening te vragen door instelling van administratief beroep of het doen van beroep op een onafhankelijke rechter. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Beschikking. 1. Eenzijdige wilsuiting van een overheidsorgaan in een concreet geval, niet zijnde een algemene regeling. 2. Schriftelijk besluit van een administratief orgaan, gericht op enig rechtsgevolg. Een besluit van algemene strekking en een rechtshandeling naar burgerlijk recht zijn geen beschikkingen in de zin van de wet. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Besloten. Kenbaar van de omgeving afgescheiden, omheind, ommuurd, omsloten. (Noyon-Langemeijer, aant. 18 op art. 138Sr, Stapel & De Koning, dl. 1, p. 319, Keulen en Konings 1992, p. 8 en Hof Den Haag 20-5-1897, W 6996)
Bestuurlijke bevoegdheid. Aan een bestuursorgaan toegekende bevoegdheid.
Bestuursdwang. In de wet aan een bestuursorgaan toegekende bevoegdheid om door feitelijk handelen op te treden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten. (Algra en Gokkel)
Bestuursorgaan. Een krachtens publiekrecht ingesteld orgaan van een rechtspersoon dan wel een ander persoon of college met openbaar gezag bekleed. (Algra en Gokkel)
Bevoegdheid. Recht tot het uitoefenen van bepaalde handelingen. (Van Dale)
Bezwaarschrift. Geschrift waarbij men tegen een beschikking van het openbaar gezag opkomt. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Binnendringen. Er is sprake van binnendringen als het betreden geschiedt tegen de wil van de rechthebbende en deze wil voor de binnentredende persoon onmiskenbaar, d.w.z. volkomen duidelijk, niet te loochenen is. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Binnentreden. Het zich fysiek in de woning begeven. Dit kan ook een gedeelte van het lichaam betreffen. (HR 7-2-1956, NJ 1956, 147)
Bodemprocedure. 'Normale' civiele procedure (i.t.t. kort geding)
BUPO. Internationaal Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten.
Burgerlijk recht. Ook: privaatrecht. Het geheel van voorschriften betreffende de rechtsverhouding tussen bijzondere natuurlijke- en rechtspersonen. Nota bene: ook de overheid is een rechtspersoon, en wanneer de overheid niet als overheid optreedt, maar als civielrechtelijk rechtspersoon, bijvoorbeeld bij de verkoop van een huis aan een burger, is het burgerlijk recht daarop van toepassing. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Cassatie. Vernietiging van uitspraken van lagere rechters door de Hoge Raad, wegens overschrijding van de rechtsmacht, schending van het recht of verzuim van vormen voorgeschreven op straffe van nietigheid. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Cassatiemiddel. In cassatie aangevoerd argument waarom een uitspraak van een lagere rechter vernietigd moet worden.
Civiele procedure. Rechtszaak waarbij een privaatrechtelijk geschil aan de rechter wordt voorgelegd. (Prisma van het recht)
Civielrechtelijk. Burgerrechtelijk; privaatrechtelijk.
Code Pénal. Het Franse strafwetboek, ingevoerd in Nederland bij de inlijving bij Frankrijk in 1810, van kracht gebleven tot 1886. (Algra en Gokkel)
Collectieve verdenking. Verdenking van het plegen van een strafbaar feit door een of enkele onbepaalde leden van een collectief, terwijl er niet tegen (alle) leden van het collectief een persoonlijke verdenking is.
Considerans. Inleidende paragraaf van een wet, waarin de overwegingen waarop hij berust worden vermeld. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Daadwerkelijke handhaving. Werkzaamheden ter voorkoming van de verstoring van de openbare orde (in brede zin). (Tweede Kamer vergaderjaar 1954-1955, 3525, nr. 7, p. 13)
Dagvaarding. Mededeling aan een gedaagde of verdachte, dat hij op een bepaald tijdstip voor de rechter moet verschijnen. De uitreiking van de dagvaarding is het begin van het proces. In burgerlijke zaken geschiedt de dagvaarding in opdracht van de eiser, bij deurwaardersexploot of bij rekest. In strafzaken wordt de dagvaarding van verdachte namens de ambtenaar van het openbaar ministerie aan de verdachte uitgereikt door de PTT of een justitiële ambtenaar. De dagvaarding behelst een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, alles op straffe van nietigheid. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Delict. Strafbaar feit.
Détournement de pouvoir. Misbruik van de bevoegdheid door een overheidsorgaan. Hiervan is onder meer sprake wanneer de overheid haar bevoegdheid aanwendt voor een ander doel dan waarvoor zij gegeven is. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Deurwaardersexploot. Mededeling van een deurwaarder, ambtshalve of in bijzondere opdracht, gedaan in persoon of aan zijn domicilie. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Doctrine. De door auteurs van hand- en leerboeken voorgestane en ontwikkelde rechtsleer. (Algra en Gokkel)
Dwangmiddelen. Beperkingen van de individuele vrijheid in het kader van de opsporing van strafbare feiten. (Algra en Gokkel)
Eigenrichting. Het zich verschaffen van recht zonder rechtsgang, zonder voorkennis van de overheid en zonder gebruik van haar machtsmiddelen. Eigenrichting gaat vrijwel altijd gepaard gaat met eigenmachtige inbreuk op de rechten van een ander en wordt in principe bestraft. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Eiser. Degene die een civielrechtelijk proces aanvangt.
EVRM. Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.
Executoriale titel. Geschrift waarmee zonder verdere tussenkomst van de rechter een gerechtelijke tenuitvoerlegging plaats kan vinden. Aan het hoofd van het geschrift dient de formule `In naam der Koningin' te staan. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Executiegeschil. Geschil aangaande de tenuitvoerlegging van een executoriale titel. (Algra en Gokkel)
Fundamentele rechten. Meest essentiële rechten van de mens, grondrechten (zoals vastgelegd in Grondwet en mensenrechtenverdragen).
Gebonden bevoegdheid. Een bevoegdheid die verbonden is aan de wet.
Gedaagde. Degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht; de tegenpartij van de eiser.
GemW. Gemeentewet.
Gerechtshof. College waar het hoger beroep tegen vonnissen in door de arrondissementsrechtbank in eerste aanleg berechte zaken worden behandeld. Nederland heeft vijf gerechtshoven: Leeuwarden, Arnhem, 's Hertogenbosch, Amsterdam en 's Gravenhage. Elke civiele- of strafkamer bij het Hof bestaat uit drie leden: de president of vice-president en twee raadsheren. Het openbaar ministerie wordt waargenomen door de procureur-generaal, bijgestaan door advocaten-generaal. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Griffierechten. Leges ten behoefte van de staat, geheven voor werkzaamheden van de griffie van een rechterlijke instelling ten behoeve van partijen in civielrechtelijke zaken. In het strafrecht bestaan geen griffierechten. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Grosse. Het voor belanghebbenden bestemde eerste uitgegeven afschrift van een authentiek geschrift of vonnis. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
GW. Grondwet.
Handhavingsleer. De leer dat uit de taak van de politie om de wet te handhaven de bevoegdheid voortvloeit om overtredingen hiervan te verhinderen of te doen ophouden.
Heterdaad. Ontdekking op heterdaad heeft plaats wanneer het strafbare feit ontdekt wordt, terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan is.
Hoge Raad der Nederlanden. Ook: Hoge Raad. Het hoogste rechtscollege van de gewone rechterlijke organisatie, gevestigd te Den Haag. De Hoge Raad bestaat uit een president, vice-presidenten en raadsheren, die in kamers van vijf rechtspreken. Het openbaar ministerie wordt waargenomen door een procureur- generaal en enkele advocaten-generaal. De Hoge Raad neemt in cassatie beslissingen in civielrechtelijke, strafrechtelijke en fiscale zaken waartegen geen beroep (meer) openstaat. De Hoge Raad heeft een algemeen toezicht op de rechtspleging en adviseert de regering daarover. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Hoger beroep (appèl). Voorziening door de in het ongelijk gestelde partij tegen een uitspraak van een lagere instantie bij een eerstvolgende hogere instantie. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Huisrecht. Verbod gericht tegen overheidspersonen een woning tegen de wil van de bewoner te betreden, tenzij onder strikte voorwaarden. (Algra en Gokkel)
Huisvredebreuk. 1. Het wederrechtelijk binnendringen in de woning bij een ander in gebruik. 2. Het wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
HuiW. Huisvestingswet.
Hulpofficier (van justitie). Dit is doorgaans een hoge politiefunctionaris. Hij is geen lid van het openbaar ministerie. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Jurisprudentie. De rechtsleer die door de rechtspraak is gevormd en gehandhaafd. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Kantongerecht. De laagste instantie van de gewone rechterlijke organisatie. De bevoegdheid van de kantonrechter is beperkt. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Kort geding. Behandeling voor de president van de arrondissementsrechtbank van zaken waarin om redenen van onverwijlde spoed een onmiddellijke en voorlopige voorziening wordt geëist. Tegen de uitspraak in kort geding staat beroep en verzet open. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Legaliteitsleer. Leer dat de politie slechts in de rechtmatige uitoefening van haar bediening is, wanneer het optreden steun vindt in een wettelijk voorschrift. (Boek 1995, p. 111)
Lokaalvredebreuk. 1. Het wederrechtelijk binnendringen van een (besloten) lokaal. 2. Het wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Machtiging tot binnentreden. Door een daartoe wettelijk bevoegd persoon afgegeven geschrift aan een ambtenaar die deze machtigt om een woning te betreden zonder de toestemming van de bewoner.
Memorie van Antwoord. Commentaar door de indiener van een wetsvoorstel, op de vragen waartoe dit voorstel het parlement aanleiding heeft gegeven. (Algra en Gokkel)
Memorie van Toelichting. Commentaar bij de indiening van een wetsvoorstel. (Algra en Gokkel)
Officier van Justitie (OvJ). Functionaris van het openbaar ministerie bij de arrondissementsrechtbank en het kantongerecht. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Ongeschreven recht. Recht dat niet door de wetgever of de rechter in het leven is geroepen, maar wel algemeen als geldend recht wordt erkend, bijvoorbeeld gewoonterecht en bepaalde verkeersopvattingen. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Onrechtmatige daad. Een handelen of nalaten dat inbreuk maakt op een anders recht, of in strijd is met des daders rechtsplicht of indruist, hetzij tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van een anders persoon of goed. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Onteigening. Het ten algemene nutte ontnemen van enig goed ten behoeve van de overheid tegen schadeloosstelling en onder rechterlijke tussenkomst. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Ontruiming. Het iemand dwingen een onroerende zaak te verlaten. (Algra en Gokkel)
Openbaar Ministerie (OM). De staatsinstelling belast met het leiding geven bij de opsporing van strafbare feiten, de vervolging van daders en het uitvoeren van vonnissen in strafzaken. Het openbaar ministerie is ondergeschikt aan de minister van justitie. Bij de Hoge Raad en de gerechtshoven wordt het OM vertegenwoordigd door een procureur-generaal en advocaten-generaal. Bij de arrondissementsrechtbanken en kantongerechten wordt het OM vertegenwoordigd door een hoofdofficier van justitie, officieren van justitie en substituut-officieren van justitie. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Openbare dienst. Overheidsdienst.
Openlijke geweldpleging. Het plegen van openlijk geweld met verenigde krachten tegen personen of goederen.
Opportuniteitsbeginsel. Beginsel volgens welke het openbaar ministerie zelf beslist of in een bepaald geval al dan niet zal worden vervolgd, in tegenstelling tot het legaliteitsbeginsel. Het OM kan op gronden van algemeen belang van vervolging afzien. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Opzettelijk. Willens en wetens. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Plichtmatigheidsleer. Leer dat de politie reeds dan in de rechtmatige uitoefening van haar bediening is, wanneer de ambtenaar binnen de kring van zijn plicht optreedt. (Boek 1995, p. 111)
Politiedwang. Bestuursdwang.
President. 1. Functieomschrijving van de voorzitter van een gerechtelijke kamer; degene die het onderzoek op de terechtzitting leidt. Dat hoeft naar rang geen president of vice-president te zijn. 2. Rang van een rechter. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Preventief optreden. Optreden gericht op het voorkomen van strafbare feiten.
Preventieve bevoegdheid. Bevoegdheid tot preventief optreden.
Privaatrecht. Burgerlijk recht.
Proceskosten. De salarissen van advocaten en procureurs, de noodzakelijke gerechtskosten, griffierechten, kosten van getuigen en deskundigen enz. De verliezende partij wordt doorgaans veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de tegenpartij. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Procureur. Vertegenwoordiger van een procespartij in civielrechtelijke zaken. Een procureur is verplicht voorgeschreven in alle civielrechtelijke zaken, behalve bij de kantongerechten en als gedaagde in het kort geding in eerste aanleg. Een advocaat is meestal tevens procureur binnen het arrondissement waarin hij zijn praktijk uitoefent. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Procureur-Generaal (PG). Vertegenwoordiger van het openbaar ministerie bij de Hoge Raad en de gerechtshoven. De procureurs-generaal zijn niet alleen verantwoordelijk voor de uitvoering van het strafrechtelijk beleid in hun ressort, zij stellen ook in grote lijnen het landelijk beleid vast. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Proportionaliteit. Evenredigheid tussen doel en middelen.
Publiekrecht. Het recht dat de betrekkingen tussen de burgers en de overheid regelt. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
PW. Politiewet.
Rechthebbende. Degene aan wie een zaak toebehoort. (Algra en Gokkel)
Rechtsmiddelen. De wijzen waarop men tegen een gewezen vonnis kan opkomen. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Rechtvaardigingsgrond. Vorm van strafuitsluitingsgrond, bijvoorbeeld in geval van noodweer, wettelijk voorschrift of ambtelijk bevel. Bijzondere omstandigheid die het wederrechtelijk karakter van de wetsovertreding doet wegvallen. Leidt daarom tot ontslag van rechtsvervolging. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Relatieve leer van het huisrecht. Leer dat het huisrecht niet toekomt aan de feitelijke bewoner van een pand, indien deze door dit pand te gaan bewonen zelf een inbreuk heeft gemaakt op het huisrecht van een ander.
RO. Wet op de Rechterlijke Organisatie.
RV. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Schade. Nadeel waardoor iemand in zijn belang wordt getroffen. (Algra en Gokkel)
Schadevergoeding. Het opheffen van geleden schade door middel van betaling in geld of natura. (www.casus.com)
Schuld. Het begaan hebben van het feit waarvoor men wordt vervolgd.
Schulduitsluitingsgrond. Vorm van strafuitsluitingsgrond.
Seponeren. Het niet-vervolgen door het openbaar ministerie, krachtens het opportuniteitsbeginsel (beleidssepot), of omdat de beschikbare gegevens niet voldoende zijn voor een strafvervolging (technisch sepot). (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Sepot. Het seponeren.
Sr. Wetboek van Strafrecht.
Sterke arm. Bijstand van gewapende macht ter uitvoering van vonnissen door de deurwaarder.
Strafbaar feit. Menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een delictsomschrijving, wederrechtelijk is en aan schuld (verwijtbaarheid) te wijten. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Strafbepaling. Delictomschrijving en sanctienorm tezamen.
Strafrechtelijk. Met betrekking tot strafbare feiten.
Strafrechtelijke bevoegdheid. Een op het strafrecht gebaseerde bevoegdheid.
Strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. De daadwerkelijke voorkoming, de opsporing, de beëindiging, de vervolging en de berechting van strafbare feiten. (T.K. vergaderjaar 1980-1981, 16812, nrs. 1-2, p. 1)
Strafrechtelijke ontruiming. Ontruiming van een gekraakt pand door politie of Openbaar Ministerie gebaseerd op een (vermeende) strafrechtelijke taak of bevoegdheid.
Strafuitsluitingsgrond. Reden om bestraffing achterwege te laten, onderverdeeld in rechtvaardigingsgrond en schulduitsluitingsgrond. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Subsidiariteit. De keuze voor het lichtste middel.
Subsocialiteit. Een toestand waarbij de maatschappij 'onder haar niveau' is geraakt en weer op peil moet worden gebracht.
Sv. Wetboek van Strafvordering.
Taakopdracht. De opdracht die uit een als zodanig geformuleerde taakomschrijving voortvloeit.
Uitvoerbaarheid bij voorraad. De onmiddellijke uitvoerbaarheid van een arrest of vonnis, ondanks de instelling van resterende rechtsmiddelen, die normaal gesproken schorsing van de uitvoerbaarheid van die beslissing tot gevolg hebben. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Verdachte. Iemand waarvan bij de politie op grond van feiten of omstandigheden een redelijke vermoeden is ontstaan dat hij een strafbaar feit heeft gepleegd. Vanaf dat moment wordt degene tegen wie de vervolging is gericht in het strafproces `verdachte' genoemd, totdat hij is veroordeeld of vrijgesproken. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Verzegeling. Het (door middel van een zegel) wettelijk afsluiten van de toegang van een perceel.
Vonnis. Uitspraak van de kantonrechter of de arrondissementsrechtbank. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
Vordering. Aanspraak, eis.
Vrije bevoegdheid. Een bevoegdheid die wordt gebaseerd op de gedachte dat de uitvoerende macht de bevoegdheden dient te bezitten om haar taak uit te voeren (ongeacht of deze al dan niet wettelijk zijn toegekend).
Wederrechtelijk. In ruime zin: zonder toestemming van de rechthebbende. In engere zin: onrechtmatig gedrag waartegen het strafrecht kan optreden. (http://members.tripod.lycos.nl/lexicografie/jurid.html)
WW. Woningwet.