Jurisprudentielijst
HR 18-2-1889, W 5679 Een ambtenaar handelt niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening wanneer hij handelt ter voldoening aan een bevel gegeven uit kracht van bepalingen waaraan de verbindende kracht ontbreekt.
Rb Winschoten 4-9-1889, W 5786 De politieagent die bij ontdekking op heterdaad van een verdachte deze aanhoudt om hem gedurende de nacht in te sluiten, handelt niet rechtmatig.
Hof Leeuwarden 10-10-1889, W 5786 Vernietiging vonnis Rb Winschoten 4-9-1889.
HR 4-11-1889, W 5794 Een 'redelijk', op iets bepaalds gegrond vermoeden dat een strafbaar feit was begaan, was voldoende om aan te nemen dat het strafbare feit op heterdaad is geconstateerd.
HR 25-11-1889, W 5808 Een politieambtenaar die op een bloot vermoeden van een strafbaar feit tot dwangmiddelen overgaat, is niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Hof Leeuwarden 27-3-1890, W 5918 Een verdachte die op heterdaad is betrapt en aangehouden hoeft niet terstond na die aanhouding voor een officier of hulpofficier worden gebracht. Indien de omstandigheden of de toestand van de verdachte dit vorderen mag de verdachte voor korte tijd in bewaring worden gehouden.
HR 27-5-1890, W 5884 Voor de rechtmatigheid van de uitoefening van zijn bediening is niet vereist dat een politieagent die een verdachte arresteert, de bedoeling heeft om deze voor een officier of hulpofficier te brengen
HR 25-1-1892, W 6153 Politieagenten die iemand aangrijpen om hem naar het politiebureau over te brengen, terwijl deze alleen het voornemen te kennen geeft om in een woning waartoe hem de toegang is ontzegd en waaruit hij reeds is verwijderd, terug te keren en zich in die richting begeeft, is niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
HR 7-3-1892, W 6162 De bevoegdheid tot aanhouding omvat ook de bevoegdheid om de verdachte, in afwachting van de komst van de officier, naar een bewaarplaats over te brengen.
Hof Leeuwarden 2-2-1893, W 6363 De rechtmatigheid van aanhouding moet beoordeeld worden naar het tijdstip van aanhouding zelf. De aanhouding wordt niet onrechtmatig door gebeurtenissen die na de aanhouding plaatsvinden.
HR 23-10-1893, W 6414 De politie die een rumoerige hotelgast de aanwezigheid in een bepaald vertrek en uiteindelijk in het hotel ontzegt en hem hieruit verwijdert, is, ondanks de afwezigheid van een verdenking van het plegen van lokaalvredebreuk, in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
HR 30-10-1893, W 6420 Door de verdachte ingesteld cassatiemiddel dat de rechtmatigheid van uitoefening van functie door de ambtenaar betwistte zonder motivatie afgewezen.
Rb Winschoten 18-4-1894, W 6484 Politieagent die een dronken persoon aanhoudt om hem ter ontnuchtering over te brengen naar een arrestantenlokaal is niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
HR 22-10-1894, W 6574 Door de verdachte ingesteld cassatiemiddel dat de rechtmatigheid van uitoefening van functie door de ambtenaar betwistte zonder motivatie afgewezen.
HR 4-3-1895, W 6634 Gelijkluidend aan HR 25-11-1889.
Rb Den Haag 25-3-1895, PvJ 1895, 36 Onder woning moet worden verstaan elk ter bewoning bestemd of gebruikt
gebouw
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
HR 24-6-1895, W 6697 De rechtmatigheid van een aanhouding kan niet worden betwist op grond van de uit geen enkele handeling daarbuiten gebleken bedoeling van de aanhoudende agent om de dader niet voor de officier of hulpofficier te brengen, maar hem in het belang van de openbare orde in bewaring te stellen.
Rb Groningen 5-12-1895, W 6829 De politieagent die iemand verwijdert uit een herberg waarin deze persoon zich niet onrechtmatig bevindt, is niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
HR 20-1-1896, W 6766 De vraag of een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening is, moet worden getoetst aan de wet en krachtens de wet gegeven algemene voorschriften. De vereiste wettelijke grondslag is ook dan aanwezig, wanneer op grond van wettelijke bepalingen in onderling verband beschouwd, moet worden aangenomen dat de wet de bevoegdheid tot de ambtsverrichting erkent, zonder haar uitdrukkelijk te erkennen.
HR 30-3-1896, W 6790 De bevoegdheid van een ambtenaar tot het verrichten van handelingen kan ook uit diens taakopdracht voortvloeien.
Rb Amsterdam 23-4-1896, PvJ 1896, 83 'Bij een ander in gebruik' moet worden opgevat als 'waarover een ander de
beschikking heeft'.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
Rb Winschoten 18-9-1896, W ? Geen huisvredebreuk door eigenaar jegens huurder die de huur wel is opgezegd, maar de woning nog niet heeft verlaten. Huurder geen rechthebbende in zin van art. 138 Sr.
Hof Leeuwarden 5-11-1896, W ? Vernietiging vonnis Rb Winschoten 18-9-1896. Woning in gebruik bij voormalige
huurder.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
Hof Den Haag 20-5-1897, W 6996 'Besloten' in art. 138 Sr: omheind, ommuurd, omsloten.
HR 24-12-1900, W 7543 Een politieagent die een rechthebbende op diens verzoek bijstaat om iemand, die zich wederrechtelijk in zijn woning bevindt, daaruit feitelijk te verwijderen, is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
HR 24-6-1901, W 7627 Een aanhouding van een op heterdaad wegens een gepleegd strafbaar feit betrapt persoon is rechtmatig, onverschillig met welke bedoeling de aanhouding plaatsvindt, indien althans nog niet is gebleken van een met de wet strijdige bedoeling.
HR 17-3-1902, W 7744 Het niet kenbaar maken door een ambtenaar van zijn hoedanigheid heeft geen invloed op het verkeren in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
HR 28-12-1903, W 8013 Een aanhouding van een op heterdaad wegens een gepleegd strafbaar feit betrapt persoon is rechtmatig, onverschillig met welke bedoeling de aanhouding plaatsvindt.
HR 16-12-1907, W 8633 Perceelsgedeelten die gemeenschappelijk met anderen gebruikt worden, behoren niet tot de woning.
HR 11-5-1914, W 9652 Agenten die een persoon die in een voor iedere toegankelijke herberg een persoon die daar de orde verstoort en geen recht op verblijf heeft, met geweld verwijderen, zijn inde rechtmatige uitoefening van hun bediening. Een voorafgaande aanzegging om de herberg te verlaten is daarvoor niet vereist.
HR 14-12-1914, NJ 1915, 368 Voor art. 138 Sr is niet van belang of de bewoning krachtens enig recht geschiedt
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
Rb Tiel 18-3-1915, W 9883 Zie vonnis Rb Amsterdam 23-4-1896
Hof Arnhem 30-6-1915, W 9883 Vernietiging vonnis Rb Tiel 18-3-1915. Woning niet feitelijk bij ander in gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
HR 19-3-1917, W 10108 Tot de taak van de politie hoort niet alleen het opsporen van overtredingen van strafbepalingen, maar ook het door gepaste middelen verzekeren van de naleving daarvan. Een agent die een bezoeker van een herberg, die na sluitingstijd weigert te vertrekken, naar buiten trekt, is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
HR 27-6-1927, NJ 1927, 946 Elke gebruiker van een woning kan de rechthebbende zijn.
HR 11-3-1929, NJ 1929, 895 De taak van de politie omvat de verzekering van openbare orde, veiligheid en rust. Tot deze preventieve taak behoort het verwijderen van een beschonken persoon van de openbare weg. Een politieagent die op redelijke wijze van zijn bevoegdheid gebruik maakt door zodanig persoon tijdelijk ter ontnuchtering in bewaring te stellen, is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Hof Arnhem 8-9-1931, W 12391 Niet van elk strafbaar feit, hoe gering ook, hoeft proces-verbaal door de politie te worden opgemaakt, bijzonder niet wanneer van meet af aan twijfelachtig is of een strafbaar feit is gepleegd en de benadeelde verzoekt geen proces-verbaal op te maken.
HR 30-11-1931, NJ 1932, 447 Aan de rechtmatigheid van het overbrengen van een arrestant naar een politieburo met de bedoeling hem daar aan een hulpofficier over te dragen, kan geen afbreuk worden gedaan door de omstandigheid dat deze daar niet aanwezig is.
HR 18-3-1935, NJ 1935, 994 Onder 'grond' in art. 461 Sr moet worden verstaan elk min of meer open terrein.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 2-12-1935, NJ 1936, 250 Geweer. Voortzetting van bevoegdheden toegestaan.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
Rb Amsterdam 4-4-1944, NJ 1944/ 1945, 673 Een opsporingsambtenaar kan om redenen van utiliteit afzien van het opmaken van een proces-verbaal, mits het overtredingen van geringe aard betreft.
HR 31-1-1950, NJ 1950, 668 De verplichting van een politieambtenaar om ten spoedigste van een strafbaar feit proces-verbaal op te maken, bestaat slechts onder bepaalde voorwaarden.
HR 12-6-1951, NJ 1951, 618 Het 'vanwege' in art. 138 Sr omvat niet alleen de vertegenwoordigingsbevoegdheid, maar ook de simpele bodedienst.
HR 7-2-1956, NJ 1956, 147 Arm-arrest. Er is van binnentreden sprake zodra iemand zich fysiek in een woning begeeft; dit kan ook met een gedeelte van het lichaam zijn.
HR 5-2-1957, NJ 1957, 455 Op de interpretatie van het begrip 'terstond' in art. 128 Sv heeft niet alleen het tijdsverloop, maar ook de ernst van het gepleegde feit invloed.
HR 24-10-1961, NJ 1962, 86 Of het optreden van een politieagent rechtmatig is of dit optreden in het algemeen binnen de kring van zijn bevoegdheid valt en of het door de omstandigheden waaronder het plaatsvindt naar redelijk inzicht wordt vereist. Een vordering ter handhaving van de openbare orde valt in het algemeen binnen de kring van zijn bevoegdheid.
HR 12-11-1963, NJ 1964, 205 Wederspannige kloosterling. Uit art. 28 (oud) PW volgt de bevoegdheid voort om iemand die zich schuldig maakt aan een strafbaar feit vast te grijpen ter verzekering van de nakoming van de wettelijke bepaling.
HR 16-12-1969, NJ 1971, 96 Mexicaanse consulaat. Of er sprake is van 'binnendringen' moet naar de
omstandigheden worden beoordeeld.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Amsterdam 30-6-1970, NJ 1970, 371 Leegstaand kantoorpand 'in gebruik' in de zin van art. 138 Sr
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Arnhem 23-9-1970, NJ 1970, 439 Gelijkluidend aan Rb Amsterdam 23-4-1896
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 2-2-1971, NJ 1971, 385 Nijmeegse kraker. Vernietiging arrest Hof Arnhem 23-9-1970; Onder gebruik in art. 138
Sr moet, voorzover op woningen betrekking hebbend, worden verstaan feitelijk gebruik als woning.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 16-11-1971, NJ 1972, 61 Amsterdamse kraker. Ook bij lokalen moet 'gebruik' in art. 138 Sr worden opgevat als
feitelijk gebruik. Het achterlaten van enige roerende goederen van twijfelachtige waarde geen gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 4-1-1972, NJ 1972, 121 Haarlemse kraker. Uit de enkele omstandigheid dat een bewoner gedurende lange tijd
niet in zijn woning aanwezig is, volgt niet dat deze niet langer bij die bewoner in gebruik is.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Amsterdam 22-1-1975, NJ 1975, 256 'Nu het verblijf van de krakers in die panden nog geen etmaal heeft geduurd
en bovendien door controles en een sommatie van de politie werd verstoord, had dat verblijf -bezien in het verband met
de onrechtmatige wijze waarop het was totstandgekomen- niet het karakter van woning in de zin van art. 172 (oud)
Gw en art. 370 Sr'.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 19-10-1976, NJ 1978, 53 Politie is niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, indien zij iemand
aanhoudt, terwijl zij uitgaat van de veronderstelling of redelijkerwijs kan uitgaan van de verwachting dat op het bureau
waarnaar zij de verdachte willen geleiden geen (hulp)officier aanwezig is.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 22-2-1977, NJ 1977, 288 Rode vlag. Bevoegdheid tot inbeslagneming in het kader van openbare orde gebaseerd
op taakomschrijving van politie in Politiewet.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
RvS 14-6-1979, AB 1980, 158 Gemeentelijke anti-kraakverordening niet in strijd met Grondwet, noch ongeoorloofde
aanvulling art. 138 Sr.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Amsterdam 4-2-1980, PRG 1980, 1488 Aanwezigheid enkele gereedschappen in pand geen gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hoge Raad 8-4-1980, NJ 1980, 330, AA (1981), p. 29, (m.nt. Von Brucken Fock) Gelijkluidende beslissing aan RvS
14-6-1979.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 24-6-1980, NJ 1980, 625 Voorbereidende werkzaamheden om een pand voor zichzelf bewoonbaar te maken zijn
ook gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Rb Middelburg 1-10-1980, NJ 1981, 374 Civiele vordering eigenaar tegen krakers: Kraken onder omstandigheden
geen onrechtmatige daad jegens de eigenaar.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 30-10-1980, PRG 1980, 1616 Gelet op voorgaand gebruik en constructie van pand is incidenteel
plaatsen van auto hierin niet als gebruik te beschouwen. Ook de aanwezigheid van een hoofdkraan is geen gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
Hof Amsterdam 9-1-1981, NJ 1981, 386 Vernietiging vonnis Pres. Rb Amsterdam 30-10-1980.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 9-4-1981, KG 1981, 45 Opslag van tentoonstellingsmateriaal, oud kantoormeubilair en enkele
kunstvoorwerpen is gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 14-4-1981, NJ 1981, 421 Een woning is ook dan nog bij een ander in gebruik wanneer de bewoner weliswaar is
overleden maar de boedelafwikkeling van de zich in de woning bevindende boedel nog door de nabestaanden dient te
worden afgewikkeld.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 6-10-1981, NJ 1982, 16 Artikel 139 Sr stelt niet de eis van feitelijk gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Den Haag 4-12-1981, RvdW/ KG 1982, 5 Bevel aan burgemeester de politie onverwijld opdracht te geven
gekraakt pand te ontruimen en ter beschikking van huurder te stellen. Burgemeester heeft op grond van art. 35 en 28
(oud) PW de bevoegdheid en de plicht om op te treden tegen aantasting van goederen in een vorm als i.c. heeft
plaatsgevonden.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 8-12-1981, NJ 1982, 533 Als feiten of omstandigheden, waarop een redelijk vermoeden van schuld kan worden
gebaseerd, kunnen bijv. getuigenverklaringen, maar ook de ervaring van opsporingsambtenaren of feiten van algemene
bekendheid worden aangemerkt.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Den Haag 15-7-1982, NJ/ AB 1983, 158 Bekrachtiging vonnis Pres. Rb Den Haag 4-12-1981.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
RvS 17-8-1982, AB 1983, 80, Gemeentestem 6731.6 (m.nt. Brederveld) Het samenstel van bepalingen van art. 219
(oud) Gemeentewet en de art. 35 en 28 (oud) Politiewet bieden een wettelijke grondslag voor bevelen tot beperking van
de vrijheid van staan en gaan in een bepaald gebied. Noot Boon: De burgemeester is bij de toepassing van zijn
bevoegdheid op grond van art. 219 Gemeentewet gebonden aan de een ieder verbindende bepalingen van verdragen.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 14-1-1983, NJ 1983, 267 Een ontruimingsvonnis kan ook tegen personen die geen partij in het geding zijn geweest
ten uitvoer worden gelegd, behoudens het geval dat deze tegen de executant een eigen recht kan doen gelden of deze
zodanig in zijn belang wordt geschaad dat executie van het vonnis in de gegeven omstandigheden als misbruik van
executierecht gezien kan worden. Deze wijze van procederen is niet in strijd met de beginselen van een goede
procesorde, omdat de bewoner de mogelijkheid heeft om voor zijn rechten op te komen in een executiegeschil. Dit ligt
anders indien er sprake is van schijnhandelingen of deze weg slechts gevolgd wordt om de bewoners niet in het geding
te betrekken, terwijl hiervoor geen in redelijkheid te respecteren belang bestaat. Hierbij is van belang of van hen een
reëel verweer kan worden verwacht en of zij hun anonimiteit verbergen.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 21-1-1983, NJ/ AB 1983, 159, (m.nt. Boon), Gemeentestem 6374.2 (m.nt. Van den Burg) Cassatie arrest Hof Den
Haag 15-7-1982. De burgemeester kwam i.c. de bevoegdheid toe om gekraakt pand te ontruimen op grond van
handhaving van de openbare orde. Deze bevoegdheid kon worden gebaseerd op de taakomschrijving in de Politiewet
'nog daargelaten zijn bevoegdheid uit hoofde van de Gemeentewet'. Cassatie omdat op grond van het aangevoerde
geen verplichting tot het uitoefenen van deze bevoegdheid kan worden aangenomen. Noot Van den Burgh: De toestand
verschilde i.c. niet wezenlijk van de toestand die zich bij andere gekraakte panden voordoet. Art. 28 (oud) PW bevat
een omschrijving van de politietaak en niet een omschrijving van bevoegdheden. Dit vonnis roept de vraag op of de
politietaak ook het ongedaan maken van civiel onrecht omvat.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 6-12-1983, NJ 1984, 442 Gelijkluidend aan HR 8-12-1981.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Rb Utrecht 24-1-1984, NJ 1985, 100 Eigenaar van pand dient redelijke termijn te hebben om bewoners voor zijn
leegstaand pand te vinden. Deze termijn wordt vastgesteld op een half jaar. I.c. geen sprake van huisvredebreuk door
krakers, omdat de leegstandsduur langer was dan deze termijn.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 20-3-1984, NJ 1984, 549 Gelijkluidend aan HR 8-12-1981.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Amsterdam 21-6-1984, WR 1984, 116 Bevestiging vonnis Rb Utrecht 24-1-1984, met verbetering van gronden. Onder de woorden 'in gebruik' in art. 138 Sr moet worden verstaan 'feitelijk in gebruik'.
RvS 7-9-1984, nr. A-32.5987 (1982) Art. 219 (oud) GemW is een noodbevoegdheid, welke slechts in uitzonderingssituaties, als oproerige beweging, samenscholing of andere stoornis openbare orde, ernstige rampen en ernstige vrees voor ontstaan daarvan, dient te worden toegepast.
Pres. Rb Amsterdam 25-10-1984, KG 1984, 331 Gebruik door een rechthebbende moet feitelijk zijn gebleken, wil van
een redelijk vermoeden van schuld van krakers aan art. 138 Sr worden gesproken. Een huurcontract met derden zegt
niets met betrekking tot de vraag of de gebruiksrechten ook feitelijk worden uitgeoefend.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 8-11-1984, KG 1984, 345 Ook het na vertrek uit een woning door feitelijkheden doen voorkomen
alsof de woning bewoond is, is feitelijk gebruik als woning.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Arnhem 20-12-1984, NJ 1985, 540 De burgemeester heeft in beginsel de rechtsplicht om mee te werken aan
de tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak. Ten aanzien van het al dan niet inzetten van politie bestaat geen
beleidsvrijheid. Wel bestaat beleidsvrijheid ten aanzien van de wijze en het tijdstip waarop die medewerking wordt
verleend, in het bijzonder ter vermijding van onnodig gevaar voor personen of goederen. In extreem geëscaleerde
situaties is het denkbaar dat de tenuitvoerlegging voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld, vooral als kan worden
verwacht dat de gemoederen na verloop van tijd tot rust zullen komen en de tenuitvoerlegging later met minder gevaar
kan worden uitgevoerd. Het staat de burgemeester niet zonder meer vrij om aan zijn medewerking aan de
tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis de voorwaarde te verbinden dat er voldoende zekerheid dient te bestaan
over ingebruikneming van het pand. Dit kan het geval zijn indien er aanwijzingen zijn van dreigende verstoringen van
de openbare orde indien achteraf zou blijken dat gestelde plannen niet worden uitgevoerd.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 5-3-1985, KG 1987, 143 In het kader van fair play bestaat er een plicht van de O.v.J. om de
raadsman van krakers genoegzaam inzicht te geven in de gronden van zijn besluit om tot ontruiming over te gaan.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Vz RvS 13-9-1985, KG 1986, 43 Anti-kraakbepaling in A.P.V. geen ongeoorloofde aanvulling van art. 138 Sr. Beide
bepalingen zien op een ander onderwerp.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 13-12-1985, NJ 1986, 229 Ook de eigenaar die een lokaal in een voor direct gebruik beschikbare staat houdt en
geregeld stappen onderneemt om het lokaal overeenkomstig de door hem gewenste bestemming te gebruiken of te doen
gebruiken heeft het lokaal feitelijk in gebruik. Ontruimingsbevoegdheid politie?
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 14-10-1986, NJ 1987, 564 Schaduwen I. De bevoegdheid tot observatie van personen die nog niet als verdachte
kunnen worden beschouwd vloeit voort uit art. 28 (oud) PW.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 14-10-1986, NJ 1988, 511Schaduwen II. Gelijkluidend aan Schaduwen I.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Rb Alkmaar 13-11-1986, WR 1987, 20 Civiele vordering van eigenaar tegen krakers: herhaling criteria Rb Middelburg 1-10-1980; inbreuk op het eigendomsrecht is voldoende belang voor deze vordering
Pres. Rb Amsterdam 8-1-1987, KG 1987, 50 Onwetendheid omtrent de leegstand van een woning is een
omstandigheid die voor rekening van de verhuurder komt.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Haarlem 13-1-1987, KG 1987, 70 Toewijzing van een ontruimingsvonnis zonder daarbij de krakers in rechte
te betrekken, 'uit oogpunt van een faire en economische procesgang' onaanvaardbaar geacht.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 26-3-1987, WR 1987, 62 Gelijkluidend aan Pres. Rb Haarlem 13-1-1987.
HR 22-9-1987, NJ 1988, 286 Huisvredebreuk bij anti-kraakwacht. Voor de vraag of er sprake is van feitelijk gebruik
als woning, zijn in beginsel noch de tijd gedurende welke de woning in gebruik is, noch de staat waarin het pand
verkeert van doorslaggevend belang, mits de ruimte voldoende besloten is om er een huisrecht in te vestigen. A.G.
Meijers: "Wie zich in de door hem tot woning bestemde ruimte -dat kan zelfs een roerend goed als een container, een
tent, een woonwagen zijn- 'zum Frieden gebracht' acht, heeft recht op bescherming van zijn huisvrede"
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Amsterdam 7-1-1988, KG 1988, 328 Vernietiging vonnis Pres. Rb Amsterdam 5-3-1985; i.c. was belang van
krakers om niet strafrechtelijk ontruimd te worden voldoende gediend door de mogelijkheid die de O.V.J. hen gegeven
heeft tot het aanspannen van een kort geding. Overleg over voorbereiding van werkzaamheden ook feitelijk gebruik,
ook bij het ontbreken van feitelijk waarneembare activiteiten.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Amsterdam 18-8-1988, NJ 1989, 217 Sprake van feitelijk gebruik door eigenaar in periode van voorbereiding tot
omvangrijke renovatie.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Nationale Ombudsman 24-5-1988, G 6860 De bevelsbevoegdheid van de burgemeester op grond van de Gemeentewet strekt niet zo ver, dat daarmee inbreuk op een huisrecht kan worden gemaakt.
HR 31-1-1989, NJ 1989, 807 A-G Fokkens: Politie mag, ook zonder redelijk vermoeden van schuld in de zin van art.
27 Sv, een onderzoek instellen om de gegrondheid van een gerezen vermoeden te bevestigen. De bevoegdheid hiertoe
berust op art. 28 (oud) PW.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 2-2-1989, KG 1989, 97 Ook het begin maken met een procedure tot verwerkelijking van
sloopplannen is feitelijk gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 16-3-1989, KG 1989, 160 Een werkonderbreking van werkzaamheden in een pand voor enkele
maanden leidt niet tot de conclusie dat het pand niet meer in gebruik is.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb. Amsterdam 8-6-1989, WR 1989, 85 Civiele vordering eigenaar tegen krakers: ontruimingsvordering
afgewezen bij gebrek aan rechtens te respecteren belang
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 17-11-1989, NJ 1990, 287 Het enkele bestaan van een voornemen bij een woningeigenaar om tot renovatie over te
gaan is geen feitelijk gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 17-11-1989, NJ 1990, 288 Een wisselwoning die bestemd is voor wisselende huurders die in verband met
renovatie hun eigen woning tijdelijk moeten verlaten is ook in de tussengelegen perioden feitelijk in gebruik. De vraag
of de O.v.J. bij zijn verdenking van overtreding van art. 138 Sr uitgaat van een juiste interpretatie van dit artikel moet
door de kort gedingrechter integraal worden getoetst. Bevoegdheid tot ontruiming?
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Amsterdam 23-11-1989, KG 1990, 9 Van het O.M. kan niet worden gevergd dat het bij de beoordeling van de
vraag of ontruiming opportuun is betrekt of die ingreep leidt tot een ook in civielrechtelijk opzicht juiste uitkomst. Deze
dient echter wel, in overeenstemming met de opdracht aan het O.M. de wetten te handhaven, op het eerste gezicht (ook
in civielrechtelijk opzicht) redelijk en maatschappelijk niet onverantwoord te zijn.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Vz RvS 29-1-1991, KG 1991, 123 Anti-kraakbepaling in A.P.V. niet in strijd met gemeentewet en Leegstandswet.
Gemeentelijk belang bij ontruiming pand, bestaande uit handhaving openbare orde, weegt zwaarder dan belang
krakers bij behoud woonruimte.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 2-5-1991, KG 1991, 182 Inrichting en werkzaamheden in pand geen schijnconstructie. Feitelijk
gebruik.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
HR 1-10-1991, NJ 1992, 60 Het is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval of de enkele mededeling
dat de verdachte wordt aangehouden, voldoende is om hem van zijn vrijheid te beroven. Agenten die rechtmatig in een
woning verblijven om iemand aan te houden hoeven niet zonder meer gehoor te geven aan de sommatie van een
verdachte om de woning te verlaten.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Vz RvS 25-11-1991, AB 1992, 309 Anti-kraakbepaling in A.P.V. niet in strijd met gemeentewet en Leegstandswet.
Strijd met gevolgde gedragslijn tegen andere krakers? Wegens onvoldoende belang bij ontruiming beslissing hiertoe
geschorst.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Rb Amsterdam 29-1-1992, WR 1992, 43 Civiele vordering eigenaar tegen krakers: Uitgebreide afweging van belang
eigenaar bij zijn vordering
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Vz RvS 12-3-1992, AB 1992, 442 Gelijkluidend aan Vz RvS 29-1-1991.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 19-5-1993, rolnr. KG 93/ 1252 D "Een enkele offerte van een aannemer en een huurcontract
kunnen een feitelijk gebruik niet voldoende aantonen, nu volstrekt niet is gebleken van het werkelijke bestaan van deze
overeenkomsten"
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.4
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.5
Pres. Rb Amsterdam 10-6-1993, rolnr. KG 93/ 1441 Pe "Gedragingen met betrekking tot een leegstaand pand die
beperkt zijn tot handelingen die uitsluitend zijn gericht op de wens van de eigenaar om de vrije beschikking over het
pand te hebben voor verkoop en het verstrekken van een opdracht tot verkoop zijn niet als gebruik aan te merken".
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
Pres. Rb Amsterdam 30-9-1993, rolnr. KG 93/ 2544 P "Gebruik van pand als bouw- en schaftlokaal ten behoeve van
verbouw van belendende panden, hoewel mogelijk in strijd met Huisvestingswet, gebruik in de zin van art. 138 en 429
sexies Sr".
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
Pres. Rb Amsterdam 14-10-1993, KG 1993, 391 Op gedeelte gekraakt pand is niet art. 138 Sr, maar wel art. 429
sexies Sr toepasselijk. Ontruiming van deze gedeelten wel toegestaan, echter zonder gebruik van dwangmiddelen.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 11-11-1993, KG 1993, 422 Vervolg op Pres. Rb Amsterdam 14-10-1993. De OvJ ontleent de
bevoegdheid om panden te ontruimen aan art. 4 (oud) RO. Ontruiming niet in strijd met mensenrechtenverdragen.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Amsterdam 10-3-1994, rolnr. 649/ 93 KG Vernietiging vonnis Pres. Rb Amsterdam 19-5-1993; Nieuwe feiten:
bewoning door anti-kraker
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.4
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.5
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.6
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.7
Hof Amsterdam 17-3-1994, rolnr. 1372/ 93 SKG Bekrachtiging vonnis Pres. Rb Amsterdam 11-11-1993; Art. 4 (oud) RO vormt de grondslag voor de bevoegdheid van de OvJ om op te treden tegen strafbare feiten. De grief die zich beklaagt de president ten onrechte heeft overwogen dat er geen strijd is met enig mensenrechtenverdrag stuit af op de beleidsvrijheid van de OvJ.
Pres. Rb Utrecht 17-3-1994, KG 1994, 167 Civiele vordering eigenaar tegen krakers: Vordering na afweging
wederzijdse belangen afgewezen.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Hof Den Haag 26-4-1994, WR 1994, 45 Civiele vordering eigenaar tegen krakers: Vernietiging van vonnis waarbij
ontruiming werd afgewezen, omdat er intussen wel van concrete plannen sprake was
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 28-4-1994, rolnr. KG 94/ 1055 Be "Aanwezigheid in gekraakt gedeelte van gebouw van niet ten
behoeve van dat gedeelte gebruikte materialen, offertes voor het verrichten van werkzaamheden en op het punt staan
deze werkzaamheden aan te vangen is feitelijk gebruik".
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
Pres. Rb Leeuwarden 9-5-1994, KG 1994, 215 Civiele vordering eigenaar tegen krakers: Vordering eigenaar
toegewezen, maar de uitvoering ervan wordt aan diverse voorwaarden verbonden.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Haarlem 21-7-1994, Gst. 6997, blz. 530 Met de invoering van de Huisvestingswet zijn bestaande anti-kraakbepalingen in APV's van rechtswege vervallen. Noot Brederveld: "De stelling van de VNG dat er ruimte blijft
bestaan voor gemeentelijke anti-kraakbepalingen, omdat deze vanwege de verschillende leegstandsduur waarop zij
betrekking hebben een ander onderwerp regelen, is een ietwat gewaagde stelling".
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
Pres. Rb Amsterdam 11-8-1994, rolnr. KG 94/ 1997 Be "Gebruik in de zin van art. 429 sexies Sr bestond erin dat de
eigenaar van het gekraakte pand eerst een gedeelte van het pand als donkere kamer had gebruikt, daarna in het pand
sloopwerkzaamheden had verricht, er vervolgens bouwkundige onderzoeken in het pand plaatsvonden en de eigenaar
thans bezig is met verkoop van het pand".
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
Pres. Rb Amsterdam 15-9-1994, rolnr. KG 94/ 2206 Be "Dat de uitvoering van die werkzaamheden een traag verloop
heeft, is het gevolg van de afgesproken werkwijze tussen de eigenaar en de aannemer. Deze manier van werken, die
aan de eigenaar zekere financiële voordelen biedt, is niet laakbaar. Dat er in het jaar voorafgaande aan het kraken van
het pand in het geheel geen werkzaamheden aan het pand zijn uitgevoerd, is niet aannemelijk geworden." Feitelijk
gebruik in de zin van art. 429 sexies Sr.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
Hof Amsterdam 19-1-1995, NJ 1996, 185 Bekrachtiging vonnis Pres. Rb Amsterdam 15-9-1994. "Bij elkaar genomen
geven deze activiteiten een beeld dat ruimschoots voldoende is om het aan te merken als 'gebruik' in de zin van art.
429 sexies Sr, omdat daaruit blijkt dat de eigenaar het pand niet alleen feitelijk heeft doen bewonen, maar bovendien
met een zekere regelmaat stappen heeft ondernomen om het overeenkomstig de door haar voorgenomen bestemming te
(doen) gebruiken".
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Groningen 21-7-1995, KG 1995, 353 Onder omstandigheden kan op grond van beginselen van behoorlijk
bestuur een verplichting aangenomen worden tot het overleggen van bewijsstukken in verband met overtreding van art.
429 sexies Sr. I.c. zijn deze omstandigheden niet aanwezig. I.c. ook geen verplichting om ontruiming van gekraakt
pand op te schorten totdat in een reeds aangespannen kort geding door de President uitspraak is gedaan. Daarbij is van
belang dat eiser hiertoe reeds voldoende gelegenheid had gehad.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Nationale Ombudsman 9-8-1995, rapportnr. 1995/ 303 Omdat sprake was van een gevaarlijke bouwkundige situatie -
verzoekers hebben deze stelling in het geheel niet weersproken - was de handelwijze van de politie niet onjuist. Daar
komt bij dat het geenszins viel uit te sluiten dat het toelaten van de sympathisanten en barricade-materiaal tot het pand
zou hebben geleid tot een verdere escalatie van de gespannen situatie zoals die al bestond tussen de krakers en de
omwonenden. Evenmin viel dan ook uit te sluiten dat ernstige strafbare feiten zouden worden gepleegd. Mede gelet op
het bepaalde in art. 28 van de Politiewet van 1957 - de politie heeft tot taak te zorgen voor de daadwerkelijke
handhaving van de rechtsorde - was het ook in dit opzicht niet onjuist om de sympathisanten de toegang tot het pand te
weigeren. De wijze waarop de toegang tot het pand is geweigerd kan de toets der kritiek doorstaan.
RAPPORT TE VINDEN OP WWW.OMBUDSMAN.NL
Ktg Den Bosch 18-10-1995, parketnr. 01.150788/ 94 Bewijsmiddel voor gebruik in de zin van art. 429 sexies Sr is het
bij de politie bestaande feit van algemene bekendheid dat het gebruik van het pand minder dan een jaar voorafgaand
aan het kraken ervan was beëindigd.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
HR 19-12-1995, NJ 1996, 249 Zwolsman. Ook in de fase voorafgaand aan die van de opsporing in de zin van het
Wetboek van Strafvordering is een inbreuk van politieambtenaren op bij de Grondwet voorziene, of in bepalingen van
verdragen die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden gegarandeerde, fundamentele rechten van de burger niet
geoorloofd dan voor zover een zodanige inbreuk door de Grondwet of de desbetreffende verdragsbepaling is toegestaan
onder de in de desbetreffende bepaling van de Grondwet of van het verdrag vervatte of daaruit voortvloeiende
beperkingen. In geval de Grondwet het stellen van beperkingen aan enig fundamenteel recht toelaatbaar acht, wordt
zulks slechts gelegitimeerd door of krachtens een wet in formele zin. Het wettelijk stelsel van het gebruik van
dwangmiddelen, zoals onder meer is voorzien in het Wetboek van Strafvordering, is niet van toepassing in de zojuist
bedoelde fase. Voor zover door de politie in die fase gebruik wordt gemaakt van onderzoeksmethoden en -technieken
zal een inbreuk op fundamentele rechten (...) slechts zijn toegestaan indien die inbreuk in het kader van de Grondwet of
het desbetreffende verdrag is geoorloofd. De bevoegdheid tot het maken van zo'n inbreuk moet voldoende kenbaar en
voorzienbaar in de wet zijn omschreven. Een algemeen geformuleerde bepaling als art. 2 van de Politiewet voldoet niet
aan die eis. De voortschrijdende ontwikkeling van fundamentele rechten en de toenemende technische verfijning en
intensivering van onderzoeksmethoden en -technieken verlangen een meer precieze legitimatie voor zulke inbreuken
dan art. 2 van de Politiewet biedt. Dit neemt niet weg dat de politie ingevolge art. 2 van de Politiewet bevoegd is in de
fase voorafgaand aan die in de opsporing in de zin van het Wetboek van Strafrecht handelingen te verrichten welke de
in die bepaling aan haar opgedragen taak meebrengt (...) en dat ook indien door zulke verrichtingen een beperkte
inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zou worden gemaakt, de globale taakomschrijving van art. 2 van de Politiewet
daarvoor een toereikende wettelijke grondslag biedt
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Rb Leeuwarden 7-2-1996, NJ 1997, 679 Een verdenking op heterdaad van zaakbeschadiging bij het kraken van een
pand brengt mee dat de politie het pand mag binnentreden ter aanhouding van verdachten. Dat brengt echter niet de
bevoegdheid tot ontruiming van het pand mee, omdat die bevoegdheid niet voortvloeit uit een bevoegdheid tot
aanhouding wegens zaakbeschadiging.".
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb Amsterdam 18-4-1996, rolnr. KG 96/ 738 G "De beoordeling van strafrechtelijke bepalingen vragen in kader
kort geding om een strikte uitleg. Er is niet gebleken van sloop- en of bouwwerkzaamheden van enige importantie".
Geen gebruik in de zin van art. 429 sexies Sr.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
Pres. Rb Amsterdam 20-6-1996, KG 1996, 332 "Gebruik als opslagruimte niet aannemelijk geworden. Er lijkt eerder
sprake te zijn van het achterlaten van zaken". Geen gebruik in de zin van art. 138 dan wel 429 sexies Sr.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Nationale Ombudsman 14-4-1997, rapportnr. 1997/ 146 1. Verzoeker stelt dat deze gang van zaken niet inhoudt dat
ook vrije toegang tot het pand is verleend aan de collega's van He. Hij kan daarin echter niet worden gevolgd. Gesteld
noch gebleken is dat M. of een andere bewoner heeft laten weten dat de toestemming zich niet uitstrekte tot de
politieambtenaren die He. vergezelden. 2. Aangezien niet vaststond wie van hen de vernielingen daadwerkelijk
kon(den) hebben gepleegd, kon de politie in redelijkheid alle personen aanmerken als verdachte die zich in het pand
bevonden, of die anderszins kennelijk tot de betreffende groep krakers behoorden. Verder was het niet onjuist dat de
politie concludeerde dat zich in dit geval nog een heterdaadsituatie voordeed. De politie was derhalve bevoegd tot
aanhouding van alle betrokkenen. 3. Aangezien de kans bestond dat de eigenaar het pand na het wegvoeren van de
krakers zou laten afsluiten, is het te billijken dat de politie uit een oogpunt van zaakwaarneming ervoor heeft willen
zorg dragen dat de spullen ter beschikking zouden blijven van de krakers. (...) Met het aanhouden van de krakers en
het veiligstellen van de goederen werd feitelijk de ontruiming van het gekraakte pand geëffectueerd. Dit behoefde voor
de politie echter geen reden te vormen om af te zien van het optreden in het kader van de strafvordering en de
zaakwaarneming. (...) De politie kon zich echter in redelijkheid op het standpunt stellen dat de aangetroffen situatie
nog niet van dien aard was dat niet anders kon worden geconcludeerd dan dat het huisrecht al op die situatie van
toepassing moest worden geacht. In die omstandigheden was er geen reden voor de politie om de eigenaar en de
beveiligingsmedewerkers te beletten het pand binnen te treden. 4. Alleen wanneer op voorhand, zonder enig verder
onderzoek, en zonder de minste twijfel, duidelijk is dat geen sprake is van een strafbaar feit, behoeft de politie niet te
voldoen aan de wens aangifte te doen.
RAPPORT TE VINDEN OP WWW.OMBUDSMAN.NL
HR 10-6-1997, NJ 1997, 738 "De enkele omstandigheid dat er een huurcontract was afgesloten, brengt niet mee dat er
sprake was van feitelijk gebruik". Conclusie AG Van Dorst: "Voor de uitleg van de term gebouw in art. 429 sexies Sr
moet aansluiting gezocht worden bij de Leegstandswet".
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Pres. Rb. Amsterdam 27-7-1997, rolnr. KG 97/ 3029 OdC De regel dat een in Amsterdam tegen een ontruimingsbeslissing aangespannen kort geding dient te worden afgewacht, leidt een uitzondering indien in redelijkheid geen uitstel kan worden gedoogd of in gemoede niet kan worden aangenomen dat de vordering kan worden toegewezen. Van de eerste uitzonderingsgrond is ook sprake 'indien het wegens het late tijdstip niet meer mogelijk is de ontruiming af te blazen'.
Nationale Ombudsman 29-7-1997, rapportnr. 1997/ 329 "Het pand bleef ondanks een sommatie wederrechtelijk in
gebruik. Dit wederrechtelijk - als woning - in gebruik hebben, bestond onder meer in het aanwezig hebben van
goederen in het pand.(...) De politie was in die situatie niet alleen bevoegd tot het aanhouden van de kraker, maar ook
tot het beëindigen van de desbetreffende situatie, door over te gaan tot het verwijderen van goederen uit het pand".
RAPPORT TE VINDEN OP WWW.OMBUDSMAN.NL
Pres. Rb Amsterdam 30-10-1997, rolnr. KG 97/ 2606 TG Ook slooppanden vallen onder art. 429 sexies Sr. De Staat
dient wel belang te hebben bij een ontruiming.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.4
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.5
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.6
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.7
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.8
Pres. Rb Amsterdam 27-11-1997, rolnr. KG 97/ 3029 OdC Weigering tot opschorting ontruiming tot uitspraak in kort
geding i.c. niet in strijd met toezegging Hoofdofficier van Justitie Amsterdam, nu de mededeling hiervan te laat kwam
om de ontruiming uit te stellen.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.4
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.5
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.6
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.7
Pres. Rb Zwolle 13-1-1998, KGK 1998, 1469 Civiele vordering eigenaar tegen krakers: Vordering na afweging wederzijdse belangen afgewezen.
Pres. Rb Amsterdam 12-3-1998, KG 1998, 122 Interpretatie 'gebouw' in art. 429 sexies Sr niet gebaseerd op
Leegstandswet. "Als gebruik kan worden aangemerkt het effectief en voortvarend bezig zijn met activiteiten die de
functie van het gebouw weer mogelijk maken, maar daarvan is hier onvoldoende sprake".
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Rb Arnhem 30-3-1998, parketnr. 05/ 31074-97 Onvoldoende bewijs van bewoning door kraakwacht, nu hij daar niet
stond ingeschreven en gedurende lange tijd geen gebruik heeft gemaakt van nutsvoorzieningen.
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.4
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.5
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.6
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.7
Nationale Ombudsman 6-10-1998, rapportnr. 1998/ 434 1. "Overigens kon de politie zich in redelijkheid op het
standpunt stellen dat de aangetroffen situatie nog niet van dien aard was dat niet anders kon worden geconcludeerd dan
dat het huisrecht al op die situatie van toepassing moest worden geacht. Daarom had zij het pand mogen betreden ook
zonder machtiging tot binnentreden zonder toestemming van R". 2. De bevoegdheid om iemand ter zake van
verdenking van vernieling aan te houden, impliceert op zich zelf niet een strafvorderlijke bevoegdheid goederen uit een
pand te verwijderen. In sommige gevallen kan de politie echter op grond van zaakwaarneming spullen veiligstellen. 3.
De politie kon op grond van het enkele plaatsen van borden direct na de eerste kraak redelijkerwijs niet aannemen dat
al sprake was van (feitelijk) gebruik van het pand door de gemeente, nu de voorgenomen werkzaamheden nog op geen
enkele wijze waren geconcretiseerd, terwijl niets bleek van de aard en omvang van de verbouwing, noch van de
aanvang en duur daarvan. 4. De voorgenomen renovatie bestond uit reparatie van de deurpost. Ook indien er van wordt
uitgegaan dat de politie hiervan op de hoogte was, moet worden geoordeeld dat de politie in deze omstandigheid
redelijkerwijze geen "gebruik" in de zin van artikel 138 Sr kon zien, nu een dergelijke kleine reparatie aan een pand
niet kan worden beschouwd als een renovatiewerkzaamheid die wijst op (feitelijk) gebruik door de eigenaar. 5. Zolang
een huurder of een kraker middels een sleutel de beschikking heeft over een pand, is het redelijk te veronderstellen dat
het feitelijk gebruik - dat niet een voortdurend aanwezig zijn behoeft in te houden - voortduurt totdat de sleutels zijn
ingeleverd. Dat verzoekers en ook de bewoner van het bovengelegen pand, verklaarden dat de vorige kraker per 1 mei
1995 niet meer in het pand had gewoond, respectievelijk dat het pand al meer dan een jaar leegstond, kan hier niet aan
afdoen. 6. Alleen wanneer op voorhand, zonder enig verder onderzoek, en zonder de minste twijfel, duidelijk is dat
geen sprake is van een strafbaar feit, behoeft de politie niet te voldoen aan de wens aangifte te doen. 7. Hoewel de
situatie denkbaar is dat de officier van justitie (of de politie) de mogelijkheid geeft aan een kraker om de
rechtmatigheid van een voorgenomen strafrechtelijk optreden tegen hem te laten toetsen door de burgerlijke rechter,
kan in beginsel niet worden gezegd dat niet behoorlijk wordt gehandeld wanneer die gelegenheid niet wordt geboden.
RAPPORT TE VINDEN OP WWW.OMBUDSMAN.NL
Pres. Rb Utrecht 9-2-1999, rolnr. 96240/ KG ZA 99-153 RS "Nu de woningen reeds zijn ontruimd is een onverwijlde
voorziening niet meer geboden".
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
Nationale Ombudsman 23-2-1999, rapportnr. 1999/ 64 1. Op het moment dat de politie - kort na de melding - het
schoolgebouw binnenging, was de situatie niet van dien aard dat de politie tot de conclusie had moeten komen dat er al
sprake was van een gevestigd huisrecht. Zij kon dus zonder meer - dat wil zeggen, zonder te beschikken over een
machtiging tot binnentreden - het pand betreden om verder poolshoogte te nemen. Het feit dat de krakers vervolgens
van de politie vorderden het pand te verlaten, omdat het inmiddels hun woning zou zijn, vormde op zich zelf nog geen
indicatie dat de krakers al een huisrecht gevestigd hadden, zodat de politie niet behoefde te voldoen aan die vordering.
Daarbij komt nog dat op dat moment de beheerder van het pand ter plaatse kwam naar aanleiding van een
inbraakmelding; dit vormde een aanwijzing dat de kraakactie even tevoren had plaatsgevonden. Ook de inrichting met
een matras en twee stoelen wezen niet op een al gevestigd huisrecht van de groep krakers. Al met al heeft de politie
niet onjuist gehandeld. 2. Ingevolge artikel 429sexies Sr is het niet aanstonds op vordering ontruimen van een
wederrechtelijk in gebruik genomen woning of gebouw strafbaar, wanneer het gebruik door de rechthebbende niet
meer dan twaalf maanden voorafgaande aan die wederrechtelijke ingebruikname is beëindigd. Het strafbare feit van
artikel 429sexies Sr is derhalve pas gepleegd indien en nadat niet is voldaan aan genoemde vordering. Na ontdekking
op heterdaad van overtreding van artikel 429sexies Sr staat voor de politie het strafrechtelijke dwangmiddel
aanhouding open. Voor het ter aanhouding binnentreden van het desbetreffende pand dient zij in een geval als dit,
waarin de krakers ten tijde van het bewuste politieoptreden als bewoners waren aan te merken, te zijn voorzien van een
machtiging tot binnentreden zonder toestemming van de bewoners. Gegeven het feit dat het in kraaksituaties te
verwachten valt dat de krakers niet (allen) zullen voldoen aan meerbedoelde vordering, is het niet onjuist dat de politie
zich zekerheidshalve voorziet van een machtiging tot binnentreden, vóórdat zij zich met de eigenaar naar het pand
begeeft om de vordering van artikel 429sexies Sr te doen en dus vóórdat de overtreding van genoemde bepaling zich
heeft voorgedaan. Dit doet er echter niet aan af dat van die machtiging pas gebruik mag worden gemaakt als de
overtreding van artikel 429sexies Sr zich daadwerkelijk heeft voorgedaan. Van het dwangmiddel aanhouding kan
immers pas gebruik worden gemaakt nadat een strafbaar feit is gepleegd. Uit het vorenstaande volgt dat de politie op
20 november en 3 december 1996 niet bevoegd was om het pand binnen te treden voordat was geconstateerd dat de
krakers niet voldeden aan meergenoemde vordering door of vanwege de eigenaar. 3. Binnentreden zonder toestemming
van de bewoners betekent een inbreuk op het in artikel 12 van de Grondwet beschermde huisrecht. De globale
taakomschrijving van artikel 2 van de Politiewet biedt geen wettelijke grondslag voor een inbreuk op een grondrecht
als het huisrecht. 3. In de machtiging tot binnentreden zonder toestemming van de bewoners van 3 december 1996 is
door de hulpofficier van justitie bepaald dat bij dringende noodzakelijkheid ingeval van afwezigheid van de bewoner(s)
kon worden binnengetreden. In een situatie als deze kan slechts worden binnengetreden zonder toestemming indien het
doel van dit binnentreden bestaat uit het aanhouden van krakers. Dit betekent dat dit binnentreden zijn grondslag
verliest indien moet worden aangenomen dat de bewoner(s) niet in het pand is (zijn). Verzoeker kan derhalve worden
gevolgd in zijn kritiek op dit punt. 4. De politie is niet gehouden om de rechtmatigheid van voorgenomen
strafrechtelijk optreden vooraf jegens (mogelijke) verdachten of hun raadslieden te staven met bewijsstukken.
5.Indien de desbetreffende officier van justitie meerbedoelde fax - inclusief een concept-dagvaarding voor een kort
geding - wel had ontvangen, had deze in redelijkheid niet zonder meer het verzoek om de uitspraak in kort geding af te
wachten naast zich neer kunnen leggen. Daarvoor is van belang dat niet alleen het voornemen tot het aanspannen van
een kort geding al enigszins geconcretiseerd was in de vorm van een concept-dagvaarding, maar ook dat het gekraakte
gebouw (inpandig) gesloopt zou gaan worden.
RAPPORT TE VINDEN OP WWW.OMBUDSMAN.NL
Nationale Ombudsman 25-5-1999, rapportnr. 1999/ 220 Alleen wanneer op voorhand, zonder enig verder onderzoek,
en zonder de minste twijfel, duidelijk is dat geen sprake is van een strafbaar feit, behoeft de politie niet te voldoen aan
de wens aangifte te doen.
RAPPORT TE VINDEN OP WWW.OMBUDSMAN.NL
Nationale Ombudsman 10-8-1999, rapportnr. 1999/ 348 "Gelet op de omstandigheden kon de politie zich in
redelijkheid op het standpunt stellen dat de aangetroffen situatie nog niet van dien aard was dat niet anders kon worden
geconcludeerd dan dat het huisrecht al van toepassing moest worden geacht. Daarom kon zij het pand betreden zonder
machtiging tot binnentreden terwijl daartoe geen toestemming was gegeven door de daar aanwezigen. (...) Hieruit
vloeit al voort dat het verwijderen door krakers van een rechtmatig aangebracht houten schot onrechtmatig was. Het
mogelijk al geplaatst hebben van enig meubilair betekent niet dat er (al) sprake is van een gevestigd huisrecht, dat kon
worden uitgeoefend na vrijlating van de aangehouden personen."
RAPPORT TE VINDEN OP WWW.OMBUDSMAN.NL
Nationale Ombudsman 29-9-1999, rapportnr. 1999/ 417 1. Bij een pand met een omvang als van het pand in kwestie,
wijst de opslag van 62 stoelen in één ruimte niet direct op daadwerkelijk gebruik van het gehele pand als opslagruimte
door de huurder. Nu het pand - naar bekend was bij de politie - als kantoorruimte had gefungeerd, was het bovendien
niet uitgesloten dat de stoelen daar waren achtergelaten. De officier van justitie kon derhalve uit de omstandigheid dat
het pand volgens een huurcontract als opslagruimte werd verhuurd en dat zich in één ruimte 62 stoelen bevonden, in
redelijkheid niet zonder meer afleiden dat het pand ten tijde van de kraakactie (feitelijk) in gebruik was bij de huurder.
2. De politie is in het algemeen niet gehouden om de rechtmatigheid van voorgenomen strafrechtelijk optreden vooraf
jegens (mogelijke) verdachten te staven met bewijsstukken en behoefde dus geen inzage te geven in bedoeld
huurcontract. 3. Deze laatste verklaring lijkt er eerder op te duiden dat volgens E. in een pand dat als kantoor was
gebruikt geen sprake kan zijn van een huisrecht van krakers. Deze (mogelijke) interpretatie van artikel 2 Awbi is
echter niet juist. (...) Gelet hierop, moet het ervoor worden gehouden dat ten tijde van de ontruiming sprake was van
een door een of meer van de krakers gevestigd huisrecht. De politie had derhalve het pand niet mogen betreden zonder
machtiging tot binnentreden zonder toestemming van de bewoner.
RAPPORT TE VINDEN OP WWW.OMBUDSMAN.NL
Hof Amsterdam 13-1-2000, rolnr. 377/ 99 KG Bekrachtiging vonnis Pres. Rb Utrecht 9-2-1999. Interpretatie 'gebouw'
in art. 429 sexies Sr niet gebaseerd op Leegstandswet. 'Gebruik' als reservefaciliteit voor opslag van goederen is
gebruik in de zin van art. 429 sexies Sr. "De OvJ heeft in beginsel de vrijheid al dan niet tot uitvoering van een -rechtmatig- besluit tot ontruiming over te gaan en het moment te bepalen waarop dat gebeurt."
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.1
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.2
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.3
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.4
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.5
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.6
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.7
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.8
VOLLEDIGE UITSPRAAK, p.9
Pres. Rb Utrecht 23-3-2000, KGK 2000, 1538 Openbaar Ministerie heeft niet de bevoegdheid op grond van art. 429
sexies Sr gekraakte panden te ontruimen, daar dit een overtreding en geen misdrijf is.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
Rb Den Haag 12-7-2000, rolnr. 00/858 Bewoners zonder recht of titel geen belanghebbende in onteigeningsprocedure.
Pres. Rb Den Haag 7-2-2001, KG 2001, 75 Krakers willen garantie dat zij door politie aangebrachte afdichtingen van
door hen gekraakte woonruimten kunnen verwijderen zonder te worden aangehouden. Vordering afgewezen: weghalen
afdichtingen is wederrechtelijk, ondanks mogelijk huisrecht krakers.
VOLLEDIGE UITSPRAAK
London Borough of Southwark v. Williams and Another; Londen Borough of Southwark v. Anderson and Another (1971) 2 A11 ER 175Dakloosheid wordt niet gezien als een rechtvaardigende noodtoestand, 'omdat dan niemands huis meer veilig zou zijn'.